dinsdag 25 december 2012

Beginnend groen ding.

Van stadsmus tot plattelandsmeid. Ik heb het anderhalf jaar geleden gedaan. Van een appartement zonder terras of tuin, naar een halve hectare grond. Van in de keuken, tot de stap voor de keuken: de grond, de aarde, de mest en het onkruid wieden ... mijn eigen groentjes, mijn eigen moestuin. 
Het is een bijzonder zwaar seizoen geweest vorig jaar. Veel regen, veel niets kunnen doen, veel onkruid en vooral ... heel zwanger zijn, bevallen en nog meer niets kunnen doen. 
Gelukkig waren er bemoedigende woorden en wat hulp van de Wijze Tuinvrouw. Maar dit jaar kan het anders. Geen kleine pasgeborene, geen verhuis en een groot schietgebedje voor een iets beter seizoen. 
Ik leer bij. Elke dag, op elke site die ik lees, elk boek dat ik doorblader, elke persoon die ik aanspreek. Van een volledig blanco blad, naar wat sommigen al 'een tuinexpert' noemen. Maar dat laatste ben ik bijlange nog niet. 

Vandaag vol goede moed de tuin in getrokken. Moed was wel nodig ja, want de wind waaide hevig en het donker kwam snel. Al een hele poos niet meer de tuin in geweest wegens zieke kinderen, slecht weer, een examen ... en zo zijn er nog wel wat excuses. Maar het deed goed. Met twee lekker plannen maken, Mr. Mispel en ik, en vooral een stevige portie spitten. We gaan er ons ding van maken. Om te beginnen: bedden maken.

Onze moestuin is groot. Eén van de dingen die ik niet goed zie komen volgend seizoen, is het moeten wieden van paadjes. Want welke voltijds werkende moeder heeft tijd zat om paadjes te wieden? Na wat navragen links en rechts beginnen we aan het experiment: het aanleggen van paadjes van 30 cm breed tussen bedden die elk 120cm breed zijn. 't Is te zeggen: de man aan het werk zetten met een schup, terwijl de vrouw instructies geeft. Maar er zijn nog plannen. Bij bedden en paadjes blijft het niet. Er komt ook een omheining met daarachter struiken. Bescherming tegen wind en een nest voor diertjes die dan onze slakken zouden moeten eten. 

Maar laten we beginnen bij het begin: de bedden en de paadjes.
We houden u nog op de hoogte !


woensdag 13 april 2011

De mispel.

De mispel (Mespilus germanica) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De vrucht is veel minder algemeen dan vroeger, maar wint momenteel weer iets aan populariteit. De mispel zit vol vitamine C, is familie van de appel en peer en was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. De mispel is goed voor de maag en de spijsvertering. De mispel vormt een kleine boom die ongeveer 4,5 m hoog kan worden. De mispel bloeit in West-Europa in mei en juni met circa 4 cm grote, crèmewitte bloemen. Er worden droge kleine harde goudbruine vruchten gevormd, die in oktober rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin, en dan kunnen ze na een poosje wel gegeten worden. Aanbevolen wordt ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. 

En van lekkernijen, daar hou ik van. Ik ben miss lekkernij. Ik ben Miss Mispel.